|
Schoolplanontwikkeling
De Mariaschool telt ongeveer 165 leerlingen verdeeld
over 8 groep en is gevestigd in
Bemmel. Stichting De Linge heeft in de gemeente Lingewaard in
totaal 9 scholen onder haar beheer met ruim 2500 kinderen. De scholen zijn:
De Borgwal, Donatushof, De Doornick, Het Drieluik, Marang, ’t Pänneke, Pius
X, De Vonkenmorgen en de Mariaschool. Op de scholen zijn circa 200
personeelsleden werkzaam
In oktober werden de eerste stappen gezet ten aanzien
van het ontwikkelen van het schoolplan 2008-2012 onder regie van de als interim-directeur
aan de Mariaschool verbonden Joke Zwanenburg en adviseur Joke Tap.
Tijdens deze intensieve dagen werd er gedurende het proces vaak
gediscussieerd, want er speelde nogal wat. Men
had in het verleden veranderingen meegemaakt, die niet voor iedereen even
prettig en/of zorgvuldig waren ervaren. De afgelopen jaren had iedereen zich enigszins op
zijn eigen terrein teruggetrokken.
Iedereen deed in feite zijn eigen dingetje. De werkdruk was opgelopen en het was
moeilijker geworden om op tijd alles af te krijgen. Doordat iedereen zo druk
bezig was, had men geen tijd voor interne communicatie. Hoogste tijd om er iets
aan te doen.

D.I.P.O. maakt gebruik van de methode
'Creatieregie'. Er wordt een veranderingsproces doorlopen, dat regie verdient.
Het is een methode (voor management en medewerkers) om binnen een relatief
korte, maar wel zeer intensieve tijd een aantal aspecten waarmee het team te
maken heeft en/of krijgt in beeld te brengen, de gewenste situatie te bepalen
en te meten hoe het team ‘scoort’ op de verschillende aspecten.
Creatieregie is gebaseerd op twee
principes die met elkaar in balans worden gebracht: Visie en Verbinding. Visie
staat daarbij voor het doel dat men voor ogen heeft en Verbinding staat voor
het contact dat men heeft met de dagelijkse praktijk, actualiteit, medewerkers
en klanten.
Er wordt gekeken naar de materiële
aspecten (het-kant), de persoonlijke aspecten (ik-kant), de
samenwerkingsaspecten (wij-kant) en de maatschappelijke/externe aspecten
(zij-kant).
De
deelnemers moeten zich dus steeds plaatsen in een ander standpunt, om
vervolgens van daaruit naar de organisatie te kijken.
Het
team van de Mariaschool maakte in eerste instantie een voorzichtig positieve
start in dit gemeenschappelijke creatieproces. Werken aan een creatie is het werken aan iets nieuws, iets
gemeenschappelijks. De grote uitdaging ligt
in de manier om de visie van een organisatie zo levend mogelijk te maken. Indien
theorie geen verbinding heeft met de eigen beleving, brengen de woorden niets
in beweging. Het proces is erop ingericht om het beste uit de mensen naar boven
te halen.
De
houding van de medewerkers sloeg om naar enthousiasme toen men in de
gaten
kreeg, dat het deze keer echt anders ging. Het draaide om hen. Er werd
gewerkt
aan iets gemeenschappelijks. Deze manier van werken werd op prijs
gesteld. Zij
voelden zich serieus genomen en vrij om te spreken. Ze waren nog
strijdbaar. Op deze manier kwam men er uit! Op een gegeven
moment wist niemand meer welk
deel van het verhaal van wie was, want het had vele eigenaren. Er
ontstond een
zeer hechte samenwerking. Stap voor stap werd er een gemeenschappelijk
verhaal
gecreëerd. Het werd een verhaal van iedereen.
Het
is fantastisch om te zien wat een enorme bron van kracht en inspiratie een
gemeenschappelijk gedragen visie kan hebben. Het gevoel van wat er ook gebeurt,
dit is wat we met elkaar doen en daarom wil ik hier werken!
Het proces van visievorming werd door de Mariaschool
afgerond en de totale visie werd gepresenteerd.
Nu kon het 4 Dimensionale Denkraam worden ingevuld en worden
ingevoerd in de computer. Het 4D-Denkraam fungeert als een
meedogenloze spiegel en laat zien hoe de organisatie er voor staat. Er ontstaat een bepaald figuur als
alle goed ontwikkelde aspecten in het midden van het denkraam worden geplaatst
en alle minder goed ontwikkelde facetten in de buitencirkel. Nu kon men goed
zien in welke kwadranten men goed en minder goed ontwikkeld was.
Hierna werd, met de visie als uitgangspunt en met het 4
D-Denkraam als basis, opgeschreven wat men nodig had om de doelstellingen te
realiseren. De basis moest worden gelegd
om door middel van een aantal projecten stap voor stap de visie te gaan
verwezenlijken.
De aspecten die enigszins met elkaar verband hielden, werden
bij elkaar gezet. De clusters die ontstonden kregen een toepasselijke titel
mee. Bij elk thema werd SMART aangegeven hoe hiermee aan de slag moest worden
gegaan.
De projecten ten behoeve van het schoolplan werden
gedefinieerd en de projecttrekkers konden worden benoemd. Als
hulpmiddel voor het benoemen van deze projectleiders werden de aanwezige en
ontwikkelbare competenties van de teamleden in kaart gebracht. Op basis van
vragenlijsten werd vastgesteld met welke teamrollen iemand de meeste affiniteit
had. Door de informatie over de uitkomsten van deze tests uit te wisselen,
kwamen de leden van de groep meer over elkaar te weten en werd de keuze voor
projectleider vergemakkelijkt.
De deelnemers waren bijzonder tevreden met het bereikte
resultaat. De Mariaschool kon na
heel hard werken deze dagen fantastisch afsluiten: het
schoolplan was geboren!
|