


















|
Functiemix bij de stichting IRIS
In een interview aan het begin van het nieuwe schooljaar vertelt Leo Deurloo, voorzitter College
van Bestuur van IRIS, op welke manier interim management,
resultaatgerichte functiebeschrijvingen, de functiemix en beoordelen
bij elkaar komen in de praktijk. IRIS vormt het bevoegd gezag over vijf
scholen voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in het zuiden van
Noord-Holland. IRIS telt 4950 leerlingen en 580 medewerkers.
De vijf scholen verschillen van elkaar in omvang, onderwijsaanbod en cultuur en zijn:
• het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem (ECL) – gymnasium, atheneum en havo
• de Haemstede-Barger in Heemstede (HBM) – vmbo-t
• het Herbert Vissers College in
Nieuw-Vennep (HVC) - gymnasium,
atheneum, havo, mavo en vmbo beroepsgericht
• het Kaj Munk College in Hoofddorp - vmbo-t, havo en vwo
• de RK Scholengemeenschap Thamen in Uithoorn – vmbo.
Sinds twee jaar kent IRIS een besturingsmodel met een College van Bestuur en een Raad van Toezicht.
Het College van Bestuur, dat bestaat uit Leo Deurloo (voorzitter), is
verantwoordelijk voor het besturen van IRIS en de aangesloten scholen.
Het College van Bestuur wordt daarin ondersteund door de
directeuren/rectoren van de aangesloten scholen.
IRIS heeft vijf bovenschoolse staffunctionarissen in dienst, te weten
twee bovenschoolse applicatiebeheerders (in een duobaan), een
controller, een bovenschools HR adviseur en een bestuurssecretaris.
Interim management
De vijf scholen maken soms gebruik van interim managers. Leo Deurloo:
“Het gaat bij ons niet alleen om managers, maar meer om functionarissen
in zijn algemeenheid, die je in de organisatie een plek hebt gegeven om
welke reden dan ook. Vaak om een gat te dichten. Je kunt een
advertentie zetten, sollicitatiegesprekken voeren enz., maar dan duurt
dat even. Met een interim kun je gewoon op korte termijn schakelen.”
“We hebben wel eens op afdelingsniveau interimmers gehad en op
projectniveau. Op dit moment gaan we over op een ander
personeelsinformatiesysteem. We gaan naar een andere aanbieder en dat
is een heel ingrijpend proces. Er is dus een projectgroep met allemaal
mensen van onszelf, maar de groep wordt geleid door een extern iemand.
Daar hebben we afspraken mee, dat kost zoveel en hij is dan en dan
klaar.” “We hebben veel goede ervaringen met interimmers gehad. Zij
waren lijfelijk aanwezig op de school en hebben gefunctioneerd, alsof
ze echt in dienst waren.” De bovenschools HR adviseur functie op het
bestuurskantoor in Heemstede werd de afgelopen anderhalf jaar door een
interim manager van D.I.P.O. vervuld.

Leo Deurloo
Leo Deurloo: “Deze
interim positie betrof een overbruggingsperiode. Zij adviseerde vooral
op het niveau van het College van Bestuur en gaf ook functioneel
leiding aan de personeels-functionarissen op de scholen.”
In de platte organisatie met 5 directeuren is Leo Deurloo de enige in het College van Bestuur.
Leo Deurloo: “Dit werkt goed, maar ik moet om mij heen dan wel mensen
hebben die goed adviseren op hoog niveau. Deze interim manager vervulde
haar rol uitstekend.”
Resultaatgerichte functiebeschrijvingen
Het contact met D.I.P.O. voor deze interim functie is tot stand
gekomen, omdat D.I.P.O. al de resultaatgerichte functiebeschrijvingen
leverde aan IRIS.
Leo Deurloo: “Dat mijn interim ook nog die functiebeschrijvingen heeft
gemaakt, is uit efficiency overwegingen wel handig. Het had ook
losgekoppeld kunnen worden, maar ik heb voor deze mogelijkheid gekozen.”
Vroeger hadden de scholen taakgerichte functiebeschrijvingen met een
opsomming van taken. D.I.P.O. heeft recent een systeem van
resultaatgerichte functiebeschrijvingen
ontwikkeld, dat naadloos past binnen de FUWA systematiek.
Functiemix
De functiemix uit het Convenant is een belangrijk instrument om de loopbaanmogelijkheden van docenten te bevorderen.
Leo Deurloo: “Wij lopen voorop met de functiemix. Wij nemen nu stappen
waar anderen nog niet aan toe zijn. Op twee scholen voor voortgezet
onderwijs loopt een pilot project om de functiemix voor te bereiden.
Eén van die scholen is onze school: het Eerste Christelijk Lyceum in
Haarlem (ECL).”
“De centrale vraag in dit project is: op grond waarvan beoordeel je
welke docent wel en welke niet in aanmerking komt voor een hogere
functie? Hoe zie je de verschillen tussen een LB, een LC en een LD
docent? De pilot loopt drie jaar, waarvan het eerste inmiddels voorbij
is.”
Beoordelen
“Wij zijn op basis van de resultaatgerichte functiebeschrijvingen veel
beter in staat om een beoordelingssysteem in te voeren. Je maakt een
soort van overeenkomst, waar je dus op terugkomt en wat dan ook wel
sancties heeft. Het hoeft niet altijd geld te zijn, het kan ook een
gunst zijn. Je kunt adviseren om eens een cursus te doen. Je hebt iets
meer sturingsmogelijkheid. Ik hoop en verwacht dat het hele beoordelen
voor iedereen een positief effect heeft. Het is echt nieuw in het
onderwijs. Het is een hele verandering, die een enorme impact heeft,
ook in de verhoudingen tussen leidinggevende en medewerker.” Een goede
vaardigheid voor het voeren van functionerings- en
beoordelingsgesprekken staat hierbij aan de basis.
Leo Deurloo: “We zijn heel druk bezig met het scholen van onze
leidinggevenden. D.I.P.O. heeft op een studiedag ook een presentatie
over de resultaatgerichte functiebeschrijvingen in relatie tot
beoordelen gegeven.”
“Op dit moment hebben we al wat doel-stellingengesprekken. Dus waar wil
en moet je aan het eind van dit jaar in mei op worden afgerekend? Ik
heb mijn doelstellingengesprek met de Raad van Toezicht gehad. Daarna
volgen de doelstellingengesprekken met de rectoren. De rectoren weer
met hun team-leiders en de teamleiders met de docenten en ook het
onderwijsondersteunend personeel.”
“We hopen dat de invoering een positieve toevoeging wordt aan ons personeelsbeleid.”
|


Lees onze vorige nieuwsbrieven
hier, klik op de brief


|